Excursie expositie Trots van de Stad. De Utrechtse Domtoren.

dinsdag 12 juli 2016

Trots van de stad. De Utrechtse Domtoren. 
Dit is de titel van de tentoonstelling over de bouwhistorie van de Dom in het recent verbouwde Centraal Museum. In 2005 werd begonnen met onderzoek door de Afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht naar de (bouw)geschiedenis van de Dom. Nadat in 2014 al een lijvig en rijk geïllustreerd boek was verschenen waarin de uitkomsten van het onderzoek waren vastgelegd, resulteerde het onderzoek dit jaar in een tentoonstelling.

Op 12 juli 2016 organiseerde de commissie PUG en cultuur een excursie naar deze tentoonstelling. De belangstelling van PUG-leden was zo groot, dat er op dezelfde dag een tweede excursie werd georganiseerd. Bij beide gelegenheden werd een toelichting op de tentoonstelling gegeven door René de Kam (co-auteur van het boek, gast-conservator van de tentoonstelling en PUG-lid), ’s ochtends binnen in het museum, maar ’s middags buiten in de regen ... De parasols deden goede diensten als paraplu.

Het onderzoek heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. Zo wordt algemeen aangenomen dat het instorten van de voorzijde van de Domkerk te wijten is geweest aan slechte bouw; daar blijken helemaal geen aanwijzingen voor te zijn. De catastrofe op 1 augustus 1674 is veroorzaakt door uitzonderlijk zware onweersbuien, die in heel Utrecht zeer veel schade aan kerken en andere gebouwen veroorzaakten, en alvorens over de stad heen te razen ook in Noord Frankrijk, België en Zeeland een spoor van verwoesting hadden getrokken. In Utrecht waren er valwinden met windstoten van 200 km per uur die niet gelijkmatig maar op verschillende plekken op de grond kwamen. Toevallig heeft geen van deze valwinden de Domtoren geraakt; dat is de reden dat deze voor verwoesting gespaard is gebleven.

De Domtoren is als klokkentoren onnodig hoog, meer dan twee keer zo hoog als het gotische schip. Aannemelijk is dat de kanunniken van het Domkapittel, de opdrachtgever tot de bouw (begonnen in 1321) met deze hoge toren hebben willen laten zien dat zij de macht in handen hadden en niet de graaf van Holland, de hertog van Gelre of de andere Utrechtse kapittels. Het Domkapittel kon de bouw bekostigen door de verkoop van aflaten en inzamelingen onder de gelovigen.

Vaak wordt gedacht dat de bouw van een Gotische kathedraal het werk is geweest van tientallen mensen die als in een mierenhoop op het bouwwerk door elkaar krioelden. Dat is in ieder geval niet zo geweest bij de bouw van de Dom. Meestal waren slecht ongeveer 15 timmerlieden en metselaars aan het werk. De bouw werd uitgevoerd door de zogenaamde Domfabriek met een streng hiërarchische structuur. Aan het hoofd stond een kanunnik van het Domkapittel als fabrieksmeester. Tweede man op de bouwplaats was de bouwmeester,  die onder meer ontwerpen moest maken en leiding geven aan de werklieden maar niets mocht doen zonder toestemming van de fabrieksmeester. Teneinde bouwfraude (ja, ook toen al) te voorkomen, werd ieder jaar een nieuwe fabrieksmeester aangesteld. Een naam van een fabrieksmeester die ons ook nu nog iets zegt, is die van Evert Zoudenbalch, die overigens met tussenpozen van enkele jaren enige keren opnieuw tot fabrieksmeester werd benoemd.

Veel van de voor ons misschien wat abstracte geschiedenis is op de tentoonstelling aanschouwelijk gemaakt. De eerste zaal is omgetoverd tot een panorama van de middeleeuwse stad. De bezoeker heeft vanaf het denkbeeldige dak van de Winkel van Sinkel (die toen nog niet bestond) uitzicht op onder meer de Domkerk in aanbouw. Middels animatie ziet en hoort men het aanbreken van de dag, het ontwaken van de stad en de aanvang van de werkzaamheden met de geluiden van de timmerlieden en de steenhouwers. Bij het invallen van het duister verstommen de geluiden van timmerlieden en steenhouwers weer.

Dan is er een installatie “Time Lapse” waarop men in enkele minuten de toren door de jaren heen ziet verrijzen, met de gegevens van aantallen werklieden en materialen. Vervolgens een metershoog scherm met een buienradar die de weersontwikkeling op de rampdag in 1674 weergeeft op basis van een reconstructie met behulp van het KNMI. De gevolgen van de ramp, de puinhopen, zijn afgebeeld op de wanden middels uitvergrote historische prenten.

De tentoonstelling kent ook veel “klassieke” onderdelen; schilderijen, tekeningen enzovoort. Deze laten ook zien hoe goed de kanunniken in hun opzet geslaagd zijn en een indrukwekkend en fraai bouwwerk tot stand hebben gebracht, dat veel bewondering heeft geoogst. De Dom blijkt veelvuldig te zijn afgebeeld op schilderijen en prenten die vaak niets met Utrecht te maken hebben.

En tenslotte nog een bijzondere ontdekking; de Dom was ooit beschilderd en wel in rood aan de onderzijde en wit aan de bovenkant! Historische afbeeldingen bewijzen het, maar ook op de toren zelf aangetroffen verfsporen. 

Jeanine ten Berg-Koolen

Meer foto's: